woensdag 21 april 2010

Odessa-Simferopol


Bloesems & modder

Net een week terug, ben ik vanuit Odessa vertrokken voor het eerste deel van mijn reis richting de Krim. Hier vanuit Simferpol, de hoofdstad van de autonome republiek neem ik een eerste rustdag. De uitputtingsslag lag hem niet in het hoogteverschil, integendeel, de weg tot hier bracht mij voor het grootste deel langs immense vlakke velden. De sterke vorst van de laatste winter hadden de wegen daarentegen in een waar slagveld herschapen. Wegen vol gaten en modder hebben mij reeds genoodzaakt al mijn jokers (lees:bandenplakkers) in te zetten. Ik had er 12 en ze zijn na 1 week en zo een kleine 800 kilometer (inclusief 2 carwashen) reeds allemaal opgebruikt, echt waar.

Het is een heerlijke verpozing hier op de Krim, vooral omdat de Krim-Tataren minder weerhoudend zijn dan de Oekrainse mensen die ik op mijn weg naar hier ontmoette.
Gisteren ging het dan ook weer haast vanzelf. In een tot atelier omgevormde kolchoze vond ik de nacht. Nu werden er potsierlijke hekkens met veel krullen gesmeed. Vroeger liepen er zwijnen. Zwijnenvlees werd er nu niet geserveerd maar samen aten we bij de achterkant van het gebouw, met zicht op het bos en de heuvels, een uit een gietijzeren schaal geserveerd maal van aardappels, ajuinen,eieren en worst. In Kolbonobe, bij de eerste glooiingen die het land van de Krimtataren inluidde, woonde mijn gastheer Bekir. De Krim-Tataren stammen af van de Turken en wonen reeds honderden jaren op het Schiereiland bij de Zwarte zee. De Russen kwamen hier pas veel later hun zegje doen... We lachten om mijn fiets van Duitse makelij want Bekir wist nog van zijn vader hoe Duitse soldaten hier per fiets arriveerden, MET dikke banden... Na een 4 jaar durende bezetting werden de Krim-Tataren onder de Russische overmacht door Stalin naar Oezbekistan gedeporteerd. Bekir werd daar geboren en keerde pas 25 jaar geleden terug naar het moederland, de Krim. Deze avond daar was ook mijn eerste avond als gast. Mijn tentje had reeds vele malen dienst gedaan aan de rand van de immense Oekrainse boerevelden. Hier vond ik nog meer, dan in de andere ex-sovjetlanden die ik vroeger bezocht, hoe het landschap was gekneed naar een communistisch model en hoe dit nog ontegensprekelijk bleef deel uitmaken van het landschap. De megalomane velden worden door aftandse traktoren bewerkt. Meestal met enkele tegelijkertijd, want velden die tot 8 km (zowel in de breedte als in de lengte) zouden anders een eeuwigheid in beslag nemen voor 1 enkele boer. Verschillende kunstmatige kanalen met betonnen oevers werden gebouwd om de akkers te irrigeren. Elk dorp kende zo zijn grote gezamenlijke boerderijen namelijk de kolchozen. Deze worden hier en daar nog gebruikt, soms ook voor andere doeleinden zoals bij Bekir, maar velen liggen in puin samen met ander rottende betonnen constructies die ooit het land rijk waren. De grote wegen zijn per fiets geen echte optie in Oekraine maar de kleinere lagen er na vretende vorst zo erbarmelijk bij dat het een waar kluwen en wroeten was om mij er doorheen te banen. Weinig auto's vergezelden mij op de soms akelig grote velden als vliegvelden. Op mijn tweede dag tussen Mikolaev en Cherson had ik mij op zulke afgelegen sluikwegen begeven dat ik naadloos op een afgedankt militaristisch oefenveld met landingsbanen was aangekomen. Een enkele, schijnbaar achtergebleven, militair wierp een vluchtige blik op mijn rijden. Verderop kon ik de langsweg van het spoor volgen, en zoals thuis, mij de slapen leggen met daverende treinengeluiden op de achtergrond. Met Vatska, die ik de volgende ochtend ontmoette, deelde ik nabij de nog mistige velden wat brood en worst. Hij vroeg mij de weg naar Mikolaev, van waar ik kwam, zonder geld op slechte schoenen en met een hert op zijn fiere borst getatoeerd. Hij keek verbaasd naar zichzelf als een kind op het scherm van mijn cameraatje. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, zeker nog niet in Oekraine, gelukkig maar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten