
Mijngebouw te Lisciczanck, oktober 2009
Hier eindigde mijn vorige tocht vanuit de Kaukasus. Het zoeken naar zwart goud smaakte naar meer!
Niet voor niets ruil ik na mijn geliefde Parijs*Roubaix, de hel van het Noorden, voor een nieuwkomer op de wielerkalender: de Ster van Donbassa. De regio van Donbassa bevindt zich in het Oosten van Oekraïne waar veschillende koolmijnen nog actief zijn. De laatste werkende mijn van Frankrijk was die van Arenberg nabij de monsterlijke strook door het bos van Wallers. Deze mijn sloot haar deuren in 1990; hetzelfde jaar dat Eddy Planckaert in een millimetersprint de kasseitrofee van de duivelse Steve Bauer afsnoepte. Maar alvorens ik mijn millimetersprint tegen weet god welke Oekraïnse wielerheld moet bekampen wordt de schoonheid van de Krim mij onder mijn wielen geschoven. Jullie proeven zomaar gulzig mee!!
Uit: ‘De mijn-Germinal’ door Emile Zola, 1885
Het was voorjaar geworden. Toen Etienne op een dag uit de mijn kwam, woei hem die lauwe aprilbries in het gezicht met de lekkere geur van jonge aarde, teer groen en zuivere buitenlucht; en nu rook het voorjaar elke keer sterker, was de warmte als hij boven kwam aangenamer na zijn tien uren werken in de eeuwige winter beneden, temidden van de vochtige duisternis waar geen enkele zomer ooit een eind aan maakte. De dagen werden langer, in mei was hij tenslotte afgedaald terwijl de zon al opkwam en de rode hemel de Voreux met een stoffig purperen licht opsteeg bescheen waarin de witte damp die de machine liet ontsnappen roze in de lucht opsteeg. Je hoefde niet meer te rillen, van ver woei er een luwe wind over de vlakte, terwijl hoog in de lucht leeuweriken kwinkeleerden. Vervolgens werd hij om drie uur verblind door een al gloeiendhete zon die de horizon in brand zette en de met kolenstof bedekte bakstenen rood kleurde. In juni stond het koren al hoog, dat met zijn blauwachtig groen afstak tegen het donkergroen van de bietenvelden. Het was een eindeloze zee die bij het geringste zuchtje wind golfde, die zich van dag tot dag breder en hoger voor hem uitstrekte, zodat zij hem tot zijn verrassing ’s avonds soms voller met groen leek dan ’s morgens. De populieren langs het kanaal tooiden zich met pluimen gebladerte. De steenberg werd overwoekerd met gras, de weiden stonden vol bloemen, overal kiemde leven, dat uit deze aarde opschoot terwijl er onder haar in de diepte werd gezucht van ellende en vermoeidheid.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten